Tiny houses zijn in opmars. In heel Nederland duiken initiatieven op: menig mens lijkt te willen wonen in een sprookjesachtig mini-huisje. De kleine, vrijstaande huisjes zijn deels zelfvoorzienend en dus duurzaam. Bovendien kosten ze in vergelijking met een normaal huis maar een habbekrats. Lekker makkelijk, voor starters en wereldverbeteraars op de krappe woningmarkt. Aan enthousiasme geen gebrek.

In de gemeente Barneveld houdt de Vereniging van Nederlandse Gemeenten vandaag (4 juni) haar jaarcongres. Eén van de onderwerpen die besproken wordt zijn deze tiny houses. Toch verschijnen de huisjes maar mondjesmaat in het verspreidingsgebied van de Stentor. Hoe komt dat en wat is de toekomst van deze woonvorm?

Tiny houses: een grote toekomst of beperkte droom?

Leestijd: 30 minuten

Linde en Kjeld in hun tiny house met hun pasgeboren baby Sim Son

 “Kjeld is er zo, hij haalt nog even nieuwe gasflessen”, vertelt Linde Hullegie. De verslaggever is wat aan de vroege kant. Op het smalle tafeltje in haar minihuisje zet ze een kop thee neer. Het is gemaakt van regenwater. Haar pasgeboren kindje Sim Son ligt in een draagdoek tegen haar aan. Oogjes toe en snaveltje dicht. Hij is in alle aannemelijkheid de kleinste tiny house bewoner in Nederland. Ideaal zo’n tiny house zo vlak na de bevalling, zeker na de keizersnee, grapt Linde. “Ik heb alles bij de hand, een stuk beter dan een groot huis.”

Het stel, beide 31, woont sinds 2017 in een ‘tiny house’, een piepklein huisje op het landgoed Roggebotstaete bij Dronten. Met zijn 7,30 bij 2,55 meter is het huisje dan ook echt ‘tiny’. Toch is het een volwaardige woning. Het heeft een keuken, douche, toilet en een slaapbank met een televisie. Op een verhoogd platform, bereikbaar via een trap gemaakt van kastjes, slapen ze.

Spannend, wonen in een tiny house

“Kjeld had het idee voor een tiny house al voordat we op wereldreis gingen”, vertelt Linde. Het woonconcept is komen overwaaien uit de Verenigde Staten. Centraal staat duurzaamheid: wat heb je nodig? De vrijstaande huisjes hebben een woonoppervlak van maximaal 50 vierkante meter en worden vaak, maar niet noodzakelijk, op een trailer gebouwd.

Linde zag wel iets in het idee. Zo dicht bij de natuur, goedkoop en met een zo klein mogelijke voetafdruk op moeder aarde. Helemaal zeker was ze echter niet. “Het is toch wel spannend. Je weet niet hoe het is om in een tiny house te wonen.”

Die zekerheid kwam pas in Afrika, toen ze in een primitieve hut aan de zee overnachtten. Ze herinnert het nog levendig. “Toen ik opstond en naar buiten keek, zag ik de hele zee. Toen dacht ik: ja, dit wil ik ook. Zo dichtbij de natuur wonen. Meer heb ik niet nodig.”

Linde en Kjeld vertrokken naar Australië, waar het stel een paar maanden in een boomgaard werkte. “Daar betalen ze je erg goed. We konden ongeveer de helft van het geld dat we nodig hadden voor onze droom zo verdienen.” Dat was ongeveer 30.000 euro.

Het tiny house Linkje op het landgoed Roggebotstaete bij Dronten in het midden van nergens

Dit is een paragraaf. Klik hier om je eigen tekst toe te voegen.

Geluk

Inmiddels is ook Kjeld binnen. ‘Wij hebben echt geluk gehad”, vertelt de getogen Drontenaar. Het landgoed is de perfecte plek voor een tiny house. In het grote natuurgebied is een voedselbos, dierenweide en bijentuin. In ruil voor de staplaats werken ze, naast hun beide banen in het onderwijs, veel op het land. 

“Hier zouden eerst grote huizen worden gebouwd, maar dat is door de crisis toen niet doorgegaan”, vertelt Kjeld. Daardoor lag er een woon- en bouwbestemming op de plek waar nu hun mini-huisje staat, in het midden van nergens: vanaf de dichtstbijzijnde bushalte is het een kwartier lopen. 

Het is nog wel pionieren, beaamt het duo. De grond is nog niet bouwrijp gemaakt. Er liggen geen stroomkabels, riolering of waterleiding. Het huisje is dan ook ‘off-grid’, dat betekent dat het volledig zelfvoorzienend is. Stroom komt vanaf een viertal zonnepanelen en een windmolentje. Voor water is het gezin afhankelijk van neerslag: regenwater wordt via het dak in twee manshoge watertanks van elk 1000 liter opgevangen. Voor het koken kopen ze gasflessen. In de winter houdt een houtkacheltje het huis warm. “Het ligt eraan hoeveel hout je erop gooit, maar het is hier al snel dertig graden.” Die hitte verdwijnt niet zomaar: “In de winter kun je soms gewoon de deur openzetten.” Linde legt het geheim uit: “We hebben HR++ glas en schapenwol als isolatie.” 

Weinig beleid

Het paleisje van Linde en Kjeld lijkt een idyllische droom voor veel mensen die goedkoop, duurzaam en dichtbij de natuur willen wonen. Bij een aantal gemeenten is dan ook veel animo voor het bouwen van tiny houses, zoals in de gemeenten Putten, Harderwijk, Noordoostpolder en Apeldoorn. Toch is het aantal tiny houses in het verspreidingsgebied van deze krant klein en staat het beleid – als daar al aan wordt gewerkt – nog in de kinderschoenen, blijkt uit een rondvraag. Van de 37 gevraagde gemeenten gaven 22 aan dat zij geen beleid hebben, 10 dat zij werken aan een beleid en 3 dat zij een (concept)beleid kennen. Een tweetal gemeenten reageerde niet op de aangeboden vragen. 

Op deze interactieve kaart is per gemeente te zien hoe zij tegenover het woonconcept tiny houses staan. Klik op de gemeente voor een pop-up. Het artikel gaat verder onder de kaart.

Natasja Oosterloo is werkzaam bij Tiny House Nederland. Deze organisatie zet zich in voor het begeleiden van toekomstige tiny house bewoners en het verspreiden van informatie over de nieuwe woonvorm. Het wordt er steeds drukker, ziet Oosterloo. Op 20 mei hield de organisatie een tweede, volgeboekte bijeenkomst. Veel mensen zijn geïnteresseerd in de nieuwe woonvorm, maar het aantal werkelijk gerealiseerde huisjes is nog laag, beaamt ze.

Aftasten

“Ik denk niet dat er maar één oorzaak aan te wijzen is”, vertelt ze. “Dat is ook per gemeente verschillend. In de hoofdmoot kun je onderscheid maken tussen gemeenten die mensen krijgen met tiny house dromen die zeggen: hartstikke tof. We gaan samen kijken hoe we dat kunnen realiseren en dan gaan ze samen een traject in. Maar je hebt ook gemeenten die wat aarzelend zijn, die het ook niet precies weten.”

Die gemeenten houden de boot nog wat af, dat is niet verwonderlijk vindt Oosterloo. Vooral voor kleinere gemeenten met minder slagkracht kan het wel een uitdaging zijn, vertelt ze. “Er is nog geen duidelijke manier om dit te vergunnen of dit toe te staan. Je moet best wat verstand hebben van ruimtelijke ordening en het Bouwbesluit. Je hebt een heleboel mensen nodig binnen je gemeentelijk apparaat die samen moeten werken.”  

Kjeld en Linde hebben geluk dat er een woonbestemming op het landgoed ligt

Als het een initiatiefnemer lukt een plekje te vinden en de financiering rond te krijgen, dan “is het prima”,  vertelt Mathijs ten Broeke, wethouder Wonen in Zutphen. “Ik vind het heel goed als er allemaal verschillende soorten huizen in Zutphen komen te staan. En dit is wel iets nieuws en voegt ook iets toe.” Bovendien is het geen tijdelijk fenomeen, denkt de wethouder. “Dus dat geeft ook wel reden om eraan mee te werken.”

Zutphen huisjesloos

Toch strandde het huisje van de Zuthpense architectuurstudent Daan Hietbrink in een afgelegen weiland in Warnsveld. Onbewoond. In een gesprek met de Stentor liet hij eind augustus vorig jaar weten: “In Zutphen mag je geen tiny house neerzetten. Rotterdam en Den Haag zijn daarin vooruitstrevender.”

Klopt dit, vragen we de wethouder. “Tja... Nee, dat klopt eigenlijk niet. Ik kan mij wel voorstellen dat hij het zegt, omdat als hij nu op dit moment naar de gemeente zal gaan en zou zeggen: ik heb een huis gebouwd die wil ik nu ergens neerzetten, dat hij dan geen volmondig ‘ja’ krijgt.”

‘Geen muren voor tiny houses’

Er moet wel wat gebeuren om dat mogelijk te maken. Zoals het aanpassen van het bestemmingsplan, vertelt de wethouder. “Ik snap dus wel dat hij het zegt, maar je moet wel realistisch blijven. De situatie dat je aan het loket komt en direct een stempel krijgt, dat gaat niet gebeuren. Ik kan mij voorstellen dat hij zegt: ‘in Zutphen kan het allemaal niet, we lopen tegen een muur op’, maar het is wel degelijk mogelijk.”

In de nieuwe woonvisie van Zutphen is geen specifiek beleid opgenomen voor tiny houses. Dat zou best als een drempel ervaren kunnen worden, beaamt Ten Broeke. De gemeente wil initiatieven wel omarmen, maar niet opzetten. “De nieuwe woonvisie gaan we ook wel jaarlijks of tweejaarlijks tegen het licht houden. En als we dan merken dat er met alternatieven woonvormen, waaronder tiny houses, niets gebeurt, dan kunnen we kijken of we er niet zelf actiever mee aan de slag moeten.”

Kjeld staat naast zijn 'kastentrap', die voldoet niet aan het Bouwbesluit.

Beleid? Russische roulette.

Crux van de problematiek ligt vooral in het al dan niet hebben van een woonbestemming op de grond en het voldoen aan het Bouwbesluit, vertelt Kjeld. Daarvoor moet het huisje ‘gelijkwaardig’ zijn aan het Bouwbesluit. “Oké, wacht.” Hij gaat er even goed voor zitten en citeert op ambtelijke wijze: “Je moet aannémelijk maken dat het alternatief gelijkwaardig is, zodat het comfort en de veiligheid niet in het geding komen.”

Kjeld deed dat met een uitgebreid rapport, maar “je kunt het ook in een theatervoorstelling doen. Ik weet niet of het slim is, maar het gaat er om dat je het aannémelijk maakt.” Gemeenten beoordelen het besluit dan. “Die hebben daar geen beleid voor. Het hangt er maar net vanaf wie je voor je hebt. Of die ambtenaar je wil helpen of niet.”

Metsemakers noemt als voorbeeld de ‘kastentrap’, er liggen knuffels, schilderijen en een laptop op. “Een trap moet zestig centimeter breed zijn. Dat hebben wij niet, dus dan moet je het aannemelijk maken dat het ook veilig is.” Hij wijst in het rond. “Het is ook maar net waar ze het zwaartepunt leggen. Ik denk dat er wel 500.000 dingen niet goed zijn aan zo’n huisje volgens het Bouwbesluit.” De bouwer van een tiny house is al snel overgeleverd aan de welwillendheid van de gemeente, concludeert hij.

‘Tiny  houses? Schiet niet op’

Peter Boelhouwer is sociaal geograaf en hoogleraar Woningmarkt, hij herkent de problematiek. “Het hele woonbeleid is natuurlijk erg geïnstitutioneerd.” Een tiny house ‘zo één, twee, drie’ realiseren “het gaat niet lukken.”

“Ik wil niet zeggen dat het kamperen is, maar het lijkt er wel een beetje op. En je zit ook vaak in gebieden die kwetsbaar zijn.” De huisjes verschijnen overwegend op natuurplekken en die grond is niet onuitputtelijk: “dat moet je bescheiden houden anders ga je dat wel verstoren.”

Bovendien: als het gebied al bouwrijp is gemaakt dan gaat het überhaupt niet gebeuren, verwacht Boelhouwer. “Tiny houses zijn bijna zelfvoorzienend. Dus dan heb je allemaal kabels en riolering aangelegd die je vervolgens niet gebruikt.” Het moet buiten woongebieden gebeuren en dat is best ingewikkeld, legt hij uit. “Dan moet je toch de bestemming veranderen, dat kun je niet zomaar neerzetten. En je moet oppassen dat je in die gebieden niet teveel van die dingen neerzet.”

In opmars

Toch ziet hij dat de huisjes in opmars zijn en dat die ook een rol hebben. “Je kunt je zeker voorstellen dat iedere gemeente van die huisjes krijgt.” De huisjes diskwalificeren wil hij dan ook niet. “Er zit zeker groeipotentie in, waar dat eindigt, dat weet ik niet. Dat is ook een beetje afhankelijk van wat gemeenten mogelijk maken.”

Jan-Willem en Noortje schreven een boek waarin zij uit de doeken doen hoe men eigenhandig een tiny house kan bouwen

Sinds kort hebben Kjeld en Linde buren. In een diepe kuil naast het stel staan architect Jan-Willem van der Male en zijn vriendin Noortje Veerman. Zij brachten aan het begin van mei hun boek ‘Bouw je eigen Tiny House’ uit. “Er zijn al nabestelling”, vertelt Jan-Willem. De wind speelt met de grote bouwtekeningen die hij op de tafel voor zijn tiny house heeft uitgespreid. Noortje is binnen aan het werk.

Keihard werken

Met het boek wil  het stel een realistisch kijk bieden op de bouw van een tiny house. “Veel mensen maken de denkfout dat je het zomaar neer kan zetten.” Zelf had Jan-Willem die verwachtingen niet: “ik ben architect, ik wist wat ik kon verwachten: bikkelhard werken.”

“Het is gewoon dezelfde hoeveelheid werk als een gewoon huis neerzetten, het is goed dat dit nu aan het licht komt.” Volgens hem moet het proces veel soepeler. Niet voor niets begint de eerste zin van het hoofdstuk regelgeving met ‘Om het nog ingewikkelder te maken...’

De politiek is vaak snel met handelen ziet Jan-Willem. Maar dan komt het op het bordje van de ambtenarij. “Je hebt ook ambtenaren die vooruit denken en de regels minder streng inzetten.” Die flexibiliteit is een goede zaak volgens hem. “De regels waren ooit bedoeld om de consument te beschermen, maar voor de bruikbaarheid van tiny houses zijn ze niet meer reëel.”

Hij hoopt  dat gemeenten meer rekening gaan houden met bijzondere woonvormen als het Besluit Bouwwerken leefomgeving (BBL) in 2021 in gaat. Gemeenten hebben dan zelf meer zeggenschap over regelgeving omtrent bouwen.

In het huisje van Noortje en Jan-Willem

Woningcorporatie Mercatus in de Noordoostpolder is van plan om een aantal tiny houses neer te zetten. Volgens directeur Ton Beurmanjer is het ‘wel mooi’ als gemeenten een beleid opstellen. Hij merkt dat duurzaamheid leeft in de maatschappij. “We staan met zijn allen natuurlijk wel voor die verduurzaming. Er is wel wat aan de hand met het klimaat. Daar zal je als overheid, en dus ook als gemeente, een rol in hebben.”

 

Geef innovatie kansen

Het ondersteunen en van de grond helpen van initiatieven speelt daarin een rol. Voor hen moet de weg opengesteld worden, denkt hij. “Laat die mensen die initiatief nemen, geef die nou de kans om op dat gebied te innoveren. Ik vind het alleen maar verstandig.”

In de Noordoostpolder staat duurzaamheid al langer hoog in het vaandel. “Wij hebben ook een hele opgave om onze woningen te verduurzamen.” Die wens leeft ook bij mensen in de huursector, ziet Beurmanjer. Daartussen zitten ook mensen die een tiny house niet kunnen kopen.

Wat zou een gemeente kunnen doen?

“Als gemeente is het goed om samen te werken met initiatiefgroepen. Dat je ook tegen zo’n groep zegt: we gaan het niet allemaal zelf doen. Dat je aangeeft welke informatie nodig is. Als gemeente hoef je ook het wiel niet opnieuw uit te vinden. Je kunt ook bellen naar gemeenten die wel ervaring hebben. Er zijn ook andere manieren, Tiny House Nederland, Platform 31 en landelijk is er een expertteam over zelfbouw. Er zijn best wat wegen die te bewandelden zijn om wat meer handvatten te krijgen.”

En als toekomstige bewoner?

“Vooral ook richten op die samenwerking. Ga vooral niet naar de gemeente toe en zeg: ik wil dit, dus maak het maar mogelijk. Zo werkt het niet. Probeer ook de juiste informatie aan te dragen. En stimuleer de gemeente en zeg kijk: deze gemeente heeft het al gedaan of misschien kunnen we samen naar een project kijken. Neem ze een beetje mee in de manier van leven en tiny houses. En vooral communicatie is voor beide groepen het meest belangrijk. Allebei de partijen moeten heel goed hun verwachtingen blijven uitspreken. Vooral met dit soort projecten waarbij het voor iedereen vrij nieuw is, is het belangrijk dat je elke keer blijft vragen bij elkaar: wij zien het zo, hoe zie jij het?”

Oosterloo heeft een aantal tips voor gemeenten en toekomstige bewoners van tiny houses

Het huisje van Jan-Willem en Noortje vanaf een andere hoek

Prijskaartje

Omgerekend is het overigens niet zo goedkoop om een tiny house te bouwen, gooit Boelhouwer er tegenaan. “Het is natuurlijk veel goedkoper dan een normale woning. Als je een goed huisje koopt is dat zo 70.000 euro. En dan heb je een leuk huisje. Maar als je het per vierkante meter uitrekent, dan is het natuurlijk super duur. Je woont op een heel klein oppervlakte.”

Ook Oosterloo beseft dat financiering niet makkelijk is. “Als je alleen voor een kostenplaatje in een tiny house wilt wonen, dan gaat je dat niet lukken. Daar kies je echt voor als je op een andere manier wilt wonen en leven. Duurzamer en met minder spullen.”

Lenen

Het huisje van Oosterloo en haar vriend kostte 60.000 euro, vertelt ze. “Wij hadden dat niet liggen en moesten lenen.” De bank verstrekt geen hypotheek voor huisjes op wielen. Na een rondvraag bij vrienden en familie bleek dat zij een deel van de kosten wel wilden voorschieten. Die hadden een stuk lager kunnen zijn, erkent ze, als ze het huis zelf had ontworpen en gebouwd. “Maar als je zelf niet kunt bouwen omdat je a, de handigheid er niet voor hebt of b, geen tijd hebt, dan moet je het laten bouwen.”

Linde en Kjeld bouwden hun huisje wel zelf. Dat duurde ongeveer zeven maanden en kostte rond de 30.000 euro. “En we hebben ons eigen stroom en water. Nu hoeven we alleen nog zo’n 6 gasflessen per jaar te kopen”, vertelt Linde. Kosten? Zo’n 35 euro per stuk. ‘Stageld’, betalen ze in natura aan Stichting Roggebotstaete Landgoed met het klussen op en verder ontwikkelen van het landgoed. “Maar als je kijkt hoeveel tijd we daar al in hebben gestoken, dan waren we al lang miljonair”, overdrijft Kjeld voor het effect.  

Dat is waarom Jan-Willem en Noortje hun boek hebben gefocust op zelfbouw, vertelt de architect. Hun huisje kostte 35.000 euro. “Arbeid is het duurst.” Is het dan niet moeilijk om zelf een eigen huis te bouwen? “Wat is moeilijk”, kaatst hij terug. “Als je een klein beetje een leercurve hebt kun je het wel leren. Dan kun je in een half jaar een tiny house bouwen.”

In het boek 'Bouw je eigen Tiny House' staan twee voorbeelden van tiny houses met bouwtekeningen

In het boek wordt stapsgewijs uitgelegd hoe dat gebeurt. Van gedachtegoed naar schroef en financiering. Het is een soort bijbeltje voor iedereen die een tiny house wil bouwen, beaamt Jan-Willem. “Het is vooral echt praktisch. Een handboek voor zelfbouw.”

Het wiel uitvinden

Dat er al nabestelling voor zijn boek zijn, is een indicatie van hoe het woonconcept leeft onder de bevolking. “Ik denk dat het nog in de kinderschoenen staat. Gemeenten moeten daarin worden geholpen, dat zijn nog te vaak eilandjes die het wiel zelf proberen uit te vinden.”

Daarin zitten dan ook grote verschillen. Boelhouwer kent de 25 huisjes die in de gemeente Nijkerk staan. Maar tiny houses, zo zou hij ze niet willen noemen. “Dat zijn van die Heijmans woningen. Dat zijn tijdelijke woonvoorzieningen en die kun je in een redelijke dichtheid neerzetten en dat wordt normaal aangesloten op de nutsvoorzieningen.”

Het zijn ‘noodwoningen’ vindt hij. “Dat zijn geen tiny houses, dat zijn kleine woningen. Die kun je snel installeren, op de stadsriolering koppelen en dan de verwarming aanzetten. Die staan er dan zo’n tien jaar. Maar dan haal je ze ook weer weg.” Vergelijkbaar met containerwoningen, vindt hij.

De hoogleraar ziet in tiny houses toch vooral een levensfilosofie: “Dat is iets anders dan dat je gewoon een klein woninkje neerzet, die je dan verhuurt. En die tiny houses, dat zijn bijna allemaal koopwoningen.”

In de 'woonkamer' van het huisje van Noortje en Jan-Willem

Lapmiddel

Noodwoningen, ‘nou, zo zou ik ze niet noemen’, grinnikt Jan-Willem. “Het zijn best degelijke dingen, maar het is niet gebouwd vanuit het idee van tiny wonen. Het lift mee op de naam en is vooral gericht op winst.” Bedrijven die dergelijk huizen bouwen zagen vooral een kans. “Die hebben bijvoorbeeld een braak stuk grond, het is zonde als je daar een tijd niets mee doet.”

Ook wethouder Ten Broeke kent de huisjes en weet dat sommige gemeenten die inzetten als middel tegen woningnood. “En dat is iets waar ik wel heel scherp op ben. Ik wil dat absoluut niet. Het is dan eigenlijk een lapmiddel van sommige gemeenten. ‘Kunnen we mooi wat kleine huisjes neerzetten, dan halen we een beetje de druk van de ketel.’ Als er woningnood is, en dat is zeker aan de hand, dan moet er een structurele oplossing komen.” Het neerzetten van tiny houses “is alleen een oplossing voor mensen die dat zelf willen en dat beter vinden dan een andere woning.”

Geen oplossing woningnood

Vorig jaar werden in Nederland zestigduizend nieuwe woningen gebouwd, vertelt Boelhouwer. Uit onderzoek van Capital Value en ABF Research bleek dat Nederland aan het begin van dit jaar een woningtekort van 263.000 woningen had. Tiny houses zijn daar niet de ultieme oplossing voor. “We praten over een paar honderd tiny houses, niet eens misschien. Dus in het perspectief van de totale productie is dat heel weinig.” Alle beetjes helpen, maar het blijft een druppel op de gloeiende plaat.

Om de woonbehoefte op te lossen, is het eenvoudiger om op hogere dichtheid woningen neer te zetten. “Kijk, als je een aantal hectaren hebt en je kunt kiezen tussen traditionele woningbouw en een aantal van die tiny houses. Dan ga je natuurlijk niet van die tiny houses neerzetten, dat levert veel te weinig rendement op qua wonen.” De tiny house beweging blijft dan ook een niche in de woningmarkt, verwacht de hoogleraar.

De huisjes zijn duurder en lastiger te plaatsen dan veel mensen denken. En bovendien dus geen oplossing voor de woningnood. Toch zetten ze, tiny als ze zijn, een flinke voetafdruk op de toekomstige woonwereld.

In de woninkjes manifesteert zich een trend. “Heel duidelijk”, oordeelt Boelhouwer. “Terug naar de natuur, de ecologisering van het wonen. Duurzaamheid. Daar sluit het echt op aan. Dat is ook echt iets wat je ziet in tiny houses, die manier van leven.”

Wethouder Ten Broeke ziet dit ook. “Ik zie tiny houses wel als één van de alternatievere woonvormen en ik geloof dat er ook nog wel andere vormen daarbinnen staan.” Die kunnen genieten van de voorbeelden. “Over een tijdje worden andere dingen weer populair ik denk dan vooral aan woongroepen die vooral op zoek zijn naar huisvesting. Ik geloof dat dat in de toekomst echt weer gaat groeien.”

Nee, opboksen tegen grote projectontwikkelaars gaat niet lukken, beseft ook Oosterloo. “En dat hoeft ook niet. Als je een plek hebt waar tien, twintig jaar niets gebeurt, dan kun je daar als tiny house wat aan dat gebied toevoegen.”

Land verrijken

Zo liet zij samen met een groep andere tiny house bewoners in de buurt van Nieuwegein zien dat het stuk grond waar zij nu op staan goed bewoonbaar is. Er werden onder meer een gezamenlijke moestuin aangelegd en activiteiten georganiseerd, zoals open dagen voor tiny houses.

“Eigenlijk voeg je daar waarde mee toe aan een gebied. Je kunt braakliggend terrein daarmee omtoveren tot een plek waar goed gewoond wordt en wat openbaar wordt gehouden. Een buurtmoestuin wordt aangelegd, dat soort dingen.”

Een goed voorbeeld is het landgoed Roggebot. Oosterloo kent Linde, Kjeld, Noortje en Jan-Willem. “Ja, die verzorgen het werk op het landgoed. Dat zijn combinaties die je kunt maken. Maar er moet bijvoorbeeld ook veel bos aangepland worden in Nederland. Als je dat combineert met tiny houses, kan het veel rendabeler.” De bewoners zouden het onderhoud van de natuur dan op zich kunnen nemen.

Een soort beheerderswoningen dus. “Of stel dat je monumenten hebt die een beetje in vervallen staat zijn, maar je wilt ze wel behouden. Daar zou je heel goed één of meerdere tiny houses bij kunnen neerzetten. Zoals bij een oud fort of landgoed. Daar moet anders veel geld ingepompt worden om het te onderhouden.”

Kjeld en Jan-Willem zoeken samen gereedschap uit voor het bouwen van een openbaar toilet op het landgoed.

Kanteling in woonwereld

De toekomst ziet ze dan ook ‘rooskleurig’, hoewel ook zij denkt dat de beweging klein blijft. “Het laat goed zien dat mensen meer zeggenschap willen over hoe ze wonen en leven. Niet iedereen wil meer in hetzelfde keurslijf leven. Doordat er zoveel mensen in geïnteresseerd zijn en mee aan de slag gaan, wordt die weg ook steeds makkelijker. Ontstaan ook meer voorbeelden van hoe het anders kan.”

Van dat keurslijf gruwen Linde en Kjeld. Linde is er resoluut in. “Ik zou nooit een heel huis bouwen. Die ruimte heb je helemaal niet nodig.” Zo klein wonen als zij het doen, ze kan zich voorstellen dat het niet voor iedereen is weggelegd. 

Knus bij wat je lief hebt

Wanneer een huis slim wordt ingedeeld is er niet veel nodig, ook niet als je er met meer mensen woont. “Wij hebben bijvoorbeeld bewust gekozen om alles wat we nodig hebben om te wonen, zoals de keuken en de wc aan de die kant van het huis te hebben”, ze wijst naar de linker hoek. Dan naar de rechterhoek, waar onder de hoogslaper nog een bank, tv en krib staan. Onder de hoogslaper kan een gordijn worden opgehangen. Daardoor kan Sim Son in de toekomst ook een beetje privacy hebben.

Wordt dat niet lastig als hij straks groot is? “Dat gaat niet van de ene op de andere dag en er zijn wel meer kinderen in tiny houses. Er zijn wel voorbeelden.” Ze lacht, slaat haar ogen op van Sim Son naar Kjeld en zegt: “Ik zou het iedereen aanraden, allemaal lekker dicht bij elkaar.”

Het gaat ook om perspectief en gewenning denkt ze. “Als je kijkt naar hoe andere mensen wereldwijd wonen, dan leven wij hier niet heel anders”, verwijst ze naar het aantal vierkante meters. Soms worden die nog veel dichter bewoond, weet ze. Het huisje heeft bovendien alle moderne voorzieningen. “Voor die mensen leven wij superdeluxe.”

"Ik zou het iedereen aanraden, allemaal lekker dicht bij elkaar."

Die wens om met minder gelukkig te zijn herkent ook Beurmanjer in de maatschappij. Hij weet dat op Texel en Den Helder woningcorporaties tiny houses hebben gebouwd. “Zo zijn er wel ontwikkelingen.” Zelf ziet hij een tiny house ook niet als een ‘bouwconceptje’, maakt hij duidelijk. Het is veel meer een manier van leven. Daar hoort een kleine woning bij, dus wij ondersteunen meer die hele gedachte van tiny houses.”

De huisjes die op een nog onbepaalde plek in de Noordoostpolder moeten komen, moeten dan ook zoveel mogelijk uniek zijn, staat in de visie van Mercatus. “Het gaat over hoe je nou met elkaar kunt nadenken over circulariteit, hoe kun je gedrag van mensen beïnvloeden”, de ontwikkelingen die hij daarin ziet, zijn veel breder dan alleen de woning isoleren. “Daar red je het niet mee. Het gaat ook over je eigen gedrag natuurlijk.”

Hij heeft geen idee waar dat toe zal leiden. “Het belangrijkste is dat er een aantal mensen is met een idee over hoe je meer in de kringloop van de materialen denkt en werkt, meer zelfvoorzienend wordt hoe je meer voor je eigen eten zorgt. Je weet niet wat dat weer voor voorbeeld oplevert bij anderen.”

Zou Beurmanjer zelf in een tiny house willen wonen?

“Dat is wel grappig. Mijn vrouw en ik hebben het daar wel over. Onze kinderen zijn het huis uit. En de manier van leven, dat je zelfvoorzienend bent, goed let op je voetafdruk wat betekent mijn gedrag, noem maar op. Het is wel interessant. En we zijn ook kleiner gaan wonen. Ook vanuit het idee: genoeg is genoeg.”

 

Maar echt in een tiny house wonen?

“Ik zou het prachtig vinden om er een te maken, maar om er in te wonen... Ik hou ook van mijn caravan, ik hou ook van kamperen, maar of ik nou mijn hele jaar in mijn caravan wil zitten dat weet ik niet. Maar ik vind het idee wel erg sympathiek. Het zijn bewegingen die laten zien dat we het anders willen dan hoe het de afgelopen tientallen jaren ging. Een ander bewustzijn en eigen regie nemen.”

Als een soort sneeuwbaleffect dus. “Het heeft een effect op mensen: ‘oh, dus zo kan het ook.’ Al is het maar een beetje. Het is een beweging, dus we gaan het zien.” Daarmee zijn de tiny houses een innovatiepunt en creatieve speelplaats waar nieuwe duurzame woonvormen veel van zullen leren. Toch waarschuwt architect Jan-Willem.

Duurzaamheid

“Nu wordt nog teveel de nadruk gelegd op de ecologische kant van duurzaamheid”, maar het is ook de sociologische en economische gezondheid die samen die drie-eenheid van het gedachtegoed vormen, benadrukt Jan-Willem. “Er komt steeds meer een vraag naar community wonen, dat is een gevolg van extreme individualisering in Nederland. Dat je weer samen dingen oplost, dat is waar de tiny house beweging naartoe gaat.” Hij wijst naar het huisje van Linde en Kjeld.

“Wij werken samen met vrijwilligers en Kjeld en Linde op het landgoed.  Dan delen we de tractor, werkplaats en vergaderruimte bijvoorbeeld met elkaar. Binnenkort komt er ook een mooie keuken, kun je samen koken.” Vooral wanneer spullen met elkaar gedeeld worden en men elkaar helpt met een oog op de natuur spreek je over duurzaamheid, vindt Jan-Willem.

Het huisje staat niet alleen voor ecologische duurzaamheid

Daarin herkennen ook de leden van de Vereniging Klein Wonen Zwolle zich. Of voorman Stan Fritschy daar een telefonisch interview over wil houden? “Zullen we gewoon afspreken in Odeon  (theater in Zwolle red.)?” is zijn voorstel.

Aangekomen staat een drietal enthousiaste vijftigplussers te wachten. Stan en het stel Eva Witmondt en Hans Lorijn doen hun plan graag uit de doeken. Wie weet sluiten er meer geïnteresseerden aan bij de vereniging met 30 leden?

Tiny houses zijn lastig

Nee, het bleek niet zo makkelijk om een tiny house te bouwen in Zwolle, ondervond Stan. Samen met vijf andere personen startte hij in 2016 een initiatief voor duurzame, tiny houses in Zwolle. Van de vijf is hij de enige die van de oorspronkelijke groep over is. Dat komt onder meer omdat het proces lang duurt. “Er was bijvoorbeeld een stel dat gewoon niet zo lang in onzekerheid wilde zitten en verder wilde met hun leven opbouwen.” Zij zijn uit het project gestapt en hebben een reguliere woning betrokken, vertelt Stan.

Het is een project van de lange adem, beaamt hij, maar belangstelling voor klein wonen is er wel. “Daarom hebben we aan het begin van het jaar de Vereniging Klein Wonen Zwolle opgericht.” Doel: het verwezenlijken van een woonbuurt waar duurzaamheid, voorzien in de eigen energiebehoefte en sociale verbintenis centraal staan en waar er niet groter wordt gewoond dan nodig. “Wat heb je eigenlijk nodig om met plezier te kunnen leven?” vraagt Stan hardop af.

"Wij willen wonen met wat we nodig hebben"

De term ‘tiny’ is weggelaten: “Wij hebben heel bewust de naam omgedoopt om de beeldvorming te beïnvloeden”, vertelt Fritschy. Ten eerste zodat omwonenden van potentiële locaties weten dat het geen huttenfeest wordt. Ten tweede omdat  het kleiner kan, maar niet piepklein hoeft te zijn. “Tiny was echt zo van die 16 vierkante meter voor wonen. Dat is voor een gezin wel erg klein. Wij willen wonen met wat we nodig hebben. Voor een gezin met kinderen is dat wat meer dan voor een alleenstaande.”

Hans: “We wonen nu niet beroerd. We wonen zelfs heel goed, maar het is een beetje overdreven.” Sinds de kinderen uit huis zijn, staan er constant twee kamers leeg. Dat kost veel energie, legt Eva uit. Niet alleen qua onderhoud, maar ook geld. “Je woont wel heel mooi, maar daar laat je ook heel veel voor. Wat we nu aan woning hebben... het kan veel kleiner.” Inkrimpen bespaart, geld en arbeid en dat biedt ruimte voor hobby’s.

Samen spelen samen delen

De 25 huisjes moeten zo duurzaam mogelijk worden, liefst off-grid en energieneutraal. Mogelijk moet het woonhof zelfs energie gaan opleveren. Ook is er een wens voor één of meerdere collectieve ruimtes.

“Het zijn de praktische dingen. Ik kan mijn wasmachine best delen”, vertelt Eva. Haar partner Hans vult aan: “Of de grasmaaier. Overal ligt wel een boormachine, maar hoe vaak heb je die nodig?” Die spullen zouden best in gezamenlijk gebruik kunnen. Het is toch ook een beetje een tegenslag van het individualisme, zegt Hans gepassioneerd. “Je hebt gewoon niet zoveel spullen nodig.”

“Er is niets hippie-achtigs aan”

“Het is eigenlijk een heel oud concept: je kunt als groep veel realiseren. Als iedereen het voor zich doet, is het ook niet duurzaam. Dan zou je voor elk huisje een omvormer voor je zonnepaneel moeten hebben en allemaal een eigen rioolsysteem moeten aanleggen”, legt Hans uit. Eva: “We zijn wel idealisten, maar vooral praktisch. Wij willen meer, met minder. Daar is niets hippie-achtigs aan.”

Sociaal wordt dat mogelijk wel een uitdaging, erkent het drietal. Privacy is voor veel mensen toch wel een dingetje. “Daarom nemen we nu ook al de tijd om elkaar te leren kennen.” Waakzaam zijn ze voor incrowd, “we willen wel met het gezicht naar buiten staan, het moet niet een soort van kloostergemeenschap worden.”

Belangrijk daarbij is dan ook dat het multi-generationeel wordt. “We kunnen nog wel wat meer jonge leden gebruiken. Het moet geen Knarrenhof worden. Ik wil wel kinderen om me heen... zonder, ik moet er niet aan denken”, lacht Eva. Gepensioneerden zouden dan bijvoorbeeld kunnen helpen met het oppassen als de ouders aan het werk zijn. Dat zou ook kunnen helpen tegen de voortwoekerende eenzaamheid in de maatschappij, denkt ze.

Dromen

Samenspraak en de verscheidenheid aan mensen, zorgt ook voor een verscheidenheid aan ‘dromen’, en dat mag, zegt Stan. “De één wil rond de binnenstad wonen, de ander in een boomgaard.  Het zou kunnen zijn dat het heel erg verschilt, maar door goed met elkaar in gesprek te gaan, kun je misschien niet 100%, maar wel 80% van je dromen realiseren.”

Om de gemeente te tonen dat het de groep menens is, is in mei een website gelanceerd en investeerde de vereniging al 3.000,- euro in een architect. “Daar is niets uitgekomen, maar zo laat je wel zien dat je er serieus mee bezig bent”, redeneert Stan. 

Stan weet: geduld opbrengen is het sleutelwoord. “Het levert je nu nog niets op. Het hele proces duurt gewoon een tijdje. Het gaat ook om je welzijn. Wij willen graag anders wonen en leven. Duurzamer, met anderen en met wat we nodig hebben. Dit is geen hobby, maar vormt de essentie van hoe je wilt leven.” Wanneer de woonbuurt er zal zijn? “Binnen drie jaar zal het er niet staan, maar 30 huizen vol krijgen? Dat is geen probleem.”

Op het landgoed Roggebotstaete zijn Linde en Kjeld in ieder geval nog niet zo ver aan het plannen. “We hebben hier ook echt wel een rol op het landgoed. We zijn hartstikke gelukkig. We bekijken per jaar hoe het bevalt. En we dromen natuurlijk wel”,  vertelt Linde. “Ik denk dat je daar ook nooit mee moet ophouden en dat je mogelijkheden moet blijven aanpakken.” En de kleine Sim Son? Die droomt stilletjes mee.

Over mij

Dit is de afstudeerproductie van Luuk Sporrel voor de opleiding Journalistiek aan Hogeschool Windesheim te Zwolle, anno: 2019. 

© Luuk Sporrel

This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now